Een zonnige zondagmiddag in de stad

Op mijn negende verjaardag werd ik verblijd met een pickup van het merk Telefunken, die het My Little Sony-concept ver vooruit was. Een onverwoestbaar fel rood plastic, letterlijk losjes gecombineerd met zwart gaatjesplastic, geleverd met de goedkoopste naald denkbaar, een stel blikkerige speakers van 15×10, maar wel een mooi rubber op de draaitafel.

Uiteraard vind je als negenjarige rood-zwart design een toonbeeld van klasse, zeker als het dan ook nog van het gerenommeerde merk Telefunken is en er zowel 33- als 45-toerenplaten op afgespeeld konden worden. Pure luxe.

Mijn ouders hadden uit de grond van hun liefdevolle hart er ook nog eens platen erbij gedaan: een gloednieuwe “Alle Dertien Goed”, een destijds jaarlijks verschijnende verzamelaar met als trekker een sexy meid op de hoes, tjokvol B-nummers van B- en coverartiesten (Dimitri Frenkel Frank!); nog een verzamelaar in een gruwelijke paars-gele setting van K-tel met wel aardige muziek – uit 1972, dus het bleef wel behelpen – via een tante die berucht stond om het niet-zuinig met haar spullen omgaan en die dan ook elke keer bleef hangen bij Argent’s ‘Hold your head up’; en – bien étonnés de se trouver ensemble – uit de platenkast van pa zelf, Ekseption met Beggar Julia’s time trip, waar de beste man met de muzikale pet niet niet bij had kunnen komen.

De hanger in Argent kon, ondanks de matige kwaliteit van de naald, met grof in de groef drukken ongedaan gemaakt worden, weliswaar met onherstelbare verminking aan Argent en naald tot gevolg, en toen kon mijn muzikale draaicarrière beginnen.

Achteraf ben ik mijn ouders niet ondankbaar dat ze me deze combinatie van cover-bagger, broeierige begin jaren 70-pop en de bizarre Thijs van Leer/Rik van der Lindense verkrachtingen van Mozart Bach schonken. De piketpaaltjes voor de muzikale smaak waren direct geslagen (nooit, maar dan ook nooit meer Jack Jersey!), en de ontvankelijkheid voor experimenten was geboren.

Ook bouwde ik al snel immuniteit op tegen tikken, hangers, gekraak en afwijkende tempi, dit laatste door een kromming in de draaitafel, gerenommeerde merknaam of niet.

Wel moest ik natuurlijk al snel mijn eigen platen hebben. De eerste plaat die ik aanschafte was meteen een elpee. Uit de bakken van de V & D haalde ik een Dik Voormekaarshow, waar ik en mijn vriendjes onmiddellijk aan verslaafd raakten en die we probeerden te imiteren, waarvan we dan weer cassettebandjes maakten en die tot vervelens toe in het bijzijn van onze ouders afspeelden. Het muziek luisteren beperkte zich weer tot de radio (ABBA, KC & the Sunshineband, Frits Spits),  tot ik de puberteit in gekatapulteerd werd.

Posted on april 19th, 2010
» Feed to this thread
» Trackback

Leave a Reply